Er bestaan 2 soorten arbeidsovereenkomsten. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, oftewel een tijdelijk contract. En de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, oftewel een vast contract.

Afgebakende periode

Een vast contract loopt in principe door tot aan je pensioen. Een tijdelijk contract ga je aan voor een bepaalde periode. Het eindigt na afloop van de duur van het contract. De duur van je contract kan een afgebakende periode zijn. Bijvoorbeeld een half jaar. Jij en je werkgever kunnen ook afspreken dat je contract stopt als je project is afgerond. Of dat je tot een bepaalde datum werkt. Je kunt maximaal 3 tijdelijke contracten na elkaar aangaan bij dezelfde werkgever.

Hoe krijg ik een vast contract?

Een vast contract krijg je van je werkgever als je dat samen zo afspreekt. Je spreekt dus af dat je contract niet vanzelf eindigt. Je kunt ook een vast contract krijgen als gevolg van de ketenregeling. De ketenregeling houdt in dat je je maximaal 3 contracten na elkaar bij dezelfde werkgever hebt. Hij mag je contract dus 2 keer verlengen. De totale duur van de contracten mag niet langer zijn dan 24 maanden.

Volgens de ketenregeling krijg je dus een vast contract als:

  • Je 3 contracten hebt gehad.
  • Je minimaal 2 contracten hebt gehad waarvan de totale duur langer is dan 24 maanden.

In deze gevallen word je contract voor bepaalde tijd omgezet in een contract voor onbepaalde tijd.

Uitzondering op de ketenregeling

Je doorbreekt de ketenregeling als er langer dan 6 maanden tussen de contracten zit. In dat geval moet je opnieuw beginnen met tellen. Bekijk voor de zekerheid je cao voor meer informatie.