Je werkgever moet je loon doorbetalen als je door ziekte je werk niet meer kunt doen. Dit geldt ook als de oorzaak van je ziekte geheel buiten de werksfeer ligt (bijvoorbeeld een gevaarlijke sport). Je werkgever moet loon doorbetalen zolang je ziek bent, maar in principe niet langer dan 104 weken. Zit er tussen twee ziekteperiodes minder dan vier weken herstel, dan mag je werkgever die ziekteperiodes bij elkaar optellen.

De periode van 104 weken kan langer zijn, als je samen met je werkgever het UWV vraagt om de wachttijd voor de WIA  te verlengen. Deze periode kan ook verlengd worden door het UWV als je werkgever onvoldoende aan de reïntegratie heeft gedaan. Deze sanctie in de vorm van verlenging kan dan maximaal 52 weken duren.

Als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent, kan je werkgever het UWV vragen om een verkorte wachttijd. Bij toekenning van een arbeidsongeschiktheiduitkering, heeft je werkgever nog steeds een loondoorbetalingverplichting van 104 weken. Wel mag hij de uitkering aftrekken van je loon. De loondoorbetalingverplichting van je werkgever stopt bij het einde van je dienstverband.