Bij lassen komen uit het smeltbad en de toevoegmaterialen (zoals elektroden, draad of poeder) deeltjes en gassen vrij. Grote deeltjes worden weggeslingerd als lasspatten. De fijnere deeltjes, die niet te zien zijn, blijven in de lucht zweven. Deze fijne deeltjes vormen lasrook.

In lasrook kunnen een heleboel verschillende stoffen zitten. Welke stoffen, hangt af van het materiaal dat wordt gelast, het gebruikte lasproces en het gebruikte toevoegmateriaal. Ook uit stoffen op het werkstuk (zoals ontvettingsmiddelen, primer, menie en olie) kunnen schadelijke deeltjes en gassen vrijkomen.

Als je aan lasrook wordt blootgesteld kun je stoffen inademen die kunnen leiden tot schade aan de luchtwegen. Klachten die kunnen ontstaan zijn bijvoorbeeld keelpijn, irritaties aan de ogen, astmatische bronchitis of metaaldampkoorts. Als je langdurig aan lasrook wordt blootgesteld kunnen ijzerdeeltjes zich ophopen in je longen, dit kan in sommige gevallen een verhoogde kans op longkanker met zich meebrengen.

Je werkgever is verplicht om de blootstelling aan lasrook mee te nemen in zijn Risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) mee te nemen. De blootstelling moet beneden bepaalde waarden blijven om ervoor te zorgen dat je veilig kunt werken. Als je vermoedt dat je ziek bent geworden door lasrook, of als je gezond bent maar denkt dat de blootstelling ziekmakend is, schakel dan (juridische) hulp in.