Bij indirecte discriminatie maakt iemand een onderscheid dat in eerste instantie onschuldig lijkt. Maar toch heeft het veel weg van discriminatie. We geven een paar voorbeelden.

Indirecte discriminatie op grond van handicap

Een restaurant laat honden niet toe. Hierdoor maakt het restaurant indirect onderscheid op grond van handicap. Mensen met bijvoorbeeld een blindengeleidehond mogen dus niet naar binnen.

Indirecte discriminatie op grond afkomst

Een werkgever vraagt bij sollicitaties een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal. Werknemers van niet-Nederlandse afkomst, kunnen meestal minder goed aan deze eis voldoen. Met als resultaat dat deze werknemers minder makkelijk een baan kunnen krijgen bij deze werkgever. Door de taaleis komen zij in een slechtere positie.

De werkgever zegt indirect dat hij alleen mensen van Nederlandse afkomst in dienst neemt. Het is voor mensen van niet-Nederlandse afkomst dus moeilijker om daar een baan te krijgen. Een werkgever mag deze eis alleen stellen als daar een goede reden voor is. Hij moet bewijzen dat goede beheersing van het Nederlands belangrijk is voor de functie.

Wanneer mag je wel onderscheid maken?

Indirect onderscheid maken, mag alleen als er een goede reden voor is. Deze kan per situatie verschillen.