Je dagloon is wat je gemiddeld per dag verdiende in het jaar voor je werkloosheid. Het UWV gebruikt het om de hoogte van je WW-uitkering te bepalen. Van je dagloon ontvang je de eerste 2 maanden van je werkloosheid 75%. Daarna 70%.

Sv-loon als uitgangspunt

Om het dagloon te berekenen gaat het UWV uit van het sv-loon. Oftewel het sociale verzekeringsloon. Dit is het loon waar je ook belasting en sociale premies over betaalt. Alle vaste onderdelen van het loon tellen mee voor het sv-loon. Denk aan vakantiegeld, eindejaarsuitkering of ploegentoeslag. Spaarloon en pensioenpremie tellen niét mee.

Heb je in het afgelopen jaar meerdere werkgevers gehad? Dan neemt het UWV het totale sv-loon als basis voor de berekening van je dagloon.

De rekensom

Het UWV berekent je dagloon op basis van je sv-loon van een jaar tijd. Dat jaar heet de referteperiode. Je sv-loon wordt gedeeld door 261. Dat zijn álle werkbare dagen in een jaar, dus niet de écht gewerkte dagen. Dit kan ervoor zorgen dat je met een flexibele baan een lagere uitkering krijgt.

De berekening van het dagloon gaat als volgt:

  • Iemand werkte een heel jaar voordat hij werkloos werd. De berekening is zijn sv-loon van € 25.000,- / 261 dagen: zijn dagloon is € 95,78.
  • Diezelfde persoon heeft maar een half jaar kunnen werken, voordat hij werkloos werd. Ook dan wordt zijn loon gedeeld door álle werkbare dagen in een jaar. De berekening is zijn sv-loon van € 12.500,- / 261 dagen: zijn dagloon is € 47,89.

Minimum en maximum dagloon

Het dagloon kent een minimum en een maximum. Het wettelijke maximum is € 203,85. Ligt jouw dagloon hoger? Dan hanteert het UWV het wettelijke maximum voor het berekenen van je WW-uitkering.

Valt je dagloon lager uit dan het minimumloon voor jouw leeftijd? Dan verhoogt het UWV het naar ten minste het minimum dagloon.

Ook als je een uitkering krijgt omdat je ziek bent

Het UWV gebruikt je dagloon niet alleen voor het berekenen van je WW-uitkering. Het vormt ook de basis voor een Ziektewet-, WIA- en WAO-uitkering.