Het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst (art. 7:610a BW)

Als een werknemer 3 maanden lang lang elke week, of ten minste 20 uur per maand voor een werkgever werkt, dan bestaat het vermoeden dat de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft bij die werkgever. Dit heet het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst (art. 7:610a BW). De werknemer heeft dan alle bijbehorende wettelijke voordelen zoals recht op vakantiedagen en loon bij ziekte.

Het rechtsvermoeden van arbeidsomvang (art. 7:610b BW)

Het kan ook zo zijn dat in de arbeidsovereenkomst staat dat iemand bijvoorbeeld 25 uur per week moet werken, terwijl deze werknemer in feite al langere tijd gemiddeld 30 uur per week werkt. Als de periode dat de werknemer gemiddeld 30 uur heeft gewerkt minimaal 3 maanden is, kan hij een beroep doen op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang (art. 7:610b BW). Dit brengt bijvoorbeeld mee dat de werkgever het aantal uren werk niet zomaar mag verminderen. Als de werkgever het hier niet mee eens is, moet hij bewijzen waarom er nog steeds sprake is van een arbeidsovereenkomst voor 25 uur.

Oneens over rechtsvermoeden

Wanneer jij van mening bent dat jij in aanmerking komt voor een vast dienstverband en jouw werkgever het daar niet mee een is, moet jouw werkgever bewijzen waarom er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit kan bijvoorbeeld wanneer jouw werkgever kan bewijzen dat dit tijdelijk was. Als beiden er niet uitkomen, bestaat de mogelijkheid om naar de rechter te stappen.